![]() |
Wie is MARGUERITE? (vervolg) |
![]() |
Op zekere dag in 1946 vroeg Marguerite aan één van haar buurvrouwen haar met Kerstmis mee te nemen naar de middernachtmis. Zij was nog nooit naar de mis geweest.
En daar gebeurde het ...."En die nacht viel me een andere gunst te beurt.
Ze was van onschatbare waarde.
Toen ik het Kind Jezus in zijn kribbe zag, was ik onuitsprekelijk ontroerd. De hele mis door moest ik wenen. Ik kon mijn tranen niet verbergen.
En mijn hart bonsde, bonsde.
En het Kind Jezus lachte me toe.
O God, wie zou het kunnen beschrijven wat dit ogenblik voor mij betekende? Hij had mij veroverd.
Van dan af ging ik trouw elke zondag naar de mis. ..."
(Deel 1, p. 16)In die tijd voelde Marguerite ook de behoefte om te biechten. Zij ging aanbellen aan de poort van het karmelietenklooster te Chèvremont. Daar bekwam zij haar eerste geestelijke leidsman, E.P. Lambert van St. Paul. Deze hielp haar in haar bekeringsproces en begeleidde haar bij de ontplooiing en prille beleving van haar roeping welke Jezus haar begon te openbaren door buitengewone genadegaven, waaronder verschillende droombeelden. Marguerite getuigt zelf over het begin van haar geestelijk leven als volgt:
"Zekere nacht had ik een zonderlinge droom. Ik zag me zelf helemaal verloren te midden van een ontzaglijke menigte. Toen zag ik een vrouw met een kindje op de arm. Ze ging langzaam en bleef voor iedereen staan. Allen reikten naar het kind. Dit keek hen aan, schudde het hoofd en wendde de blik af ... En de vrouw ging almaar verder. Hetzelfde tafereel speelde zich af bij elke stap. Angstig zag ik hen naderbij komen en ik dacht: "Lieve God, als het zich maar niet van mij afwendt ..." En wat dan volgde was verrukkelijk. Het kind keek mij aan, glimlachte en stak zijn handjes naar mij uit. Het overstelpte mij met liefkozingen en ik deed hetzelfde, vervuld van liefde en eerbied. Ik gaf het daarna terug aan zijn moeder en daarop verdwenen ze.
Deze droom maakte een vreemde en verwarrende indruk op mij. Ik stelde E.P. Lambert ervan in kennis. Hij zei mij, dat het zeker de Heilige Maagd was met haar goddelijke Zoon. Na zoveel jaren heb ik die droom nooit kunnen vergeten. Er volgden trouwens nog verscheidene andere dromen die niet minder stichtelijk waren. Welke genade! Waarom had Hij mij uitverkoren, mij, arm zondaresje? Op dat ogenblik was op dit gebied voor mij nog alles nieuw en ondoorgrondelijk."
(Boekdeel 1, pp. 17-18)De reacties op haar bekering bleven niet uit. Er was heel wat verzet losgekomen in haar omgeving. Haar naastbestaanden konden het niet geloven. Hun spot en hun ontevredenheid deed Marguerite pijn. Maar door Gods genade gesterkt hield zij stand.
"Maar lieve hemel, wat had ik te kampen met menselijk opzicht, wat al moeilijkheden had ik te trotseren vanwege degenen die me eigenlijk hadden moeten helpen en die nu alles in het werk stelden om me terug te storten in het leven, dat ik kost wat kost wou ontvluchten sinds ik Gods roepstem had gehoord.
Dat wisten ze echter niet."
(Boekdeel 1. p. 19)Na de dood van haar eerste leidsman, Pater Lambert, in 1961, zocht Marguerite gedurende drie jaar een andere geestelijke leidsman die begreep wat er in haar omging. Zo kwam zo uiteindelijk terecht bij pater Gaston Maes, redemptorist. Hij was ooggetuige geweest van de verschijningen van Onze Lieve Vrouw te Beauraing en daarna een gekende historicus betreffende deze gebeurtenissen. Ondertussen onderhield Jezus zich door inspraken (woorden die zij ontving in haar hart) met Marguerite. Wegens het belang van wat zij ontving en omdat hij het bovennatuurlijk karakter ervan inzag, vroeg pater Maes aan Marguerite om alles op te schrijven. Hij zag in dat de boodschappen die Marguerite ontving niet alleen voor haar bestemd waren, maar ook voor ieder van ons. Zo begon Marguerite met het schrijven van het "dagboek" van de Barmhartige Liefde. Omdat de boodschappen van Jezus zo diepgaand en heel vaak bestemd zijn voor alle christenen en alle mensen van goede wil, vroeg pater Maes ook aan de bisschop van Luik - de bisschop van Marguerite - het imprimatur aan. Mgr. G.M. van Zuylen gaf zijn imprimatur op 4 maart 1971 voor de Boodschappen tot 8 juni 1970. Voor de latere Boodschappen die tot nu toe in vier boekdelen zijn uitgegeven, werd tekens weer het imprimatur of het nihil obstat van de bisschop verkregen. Er mogen ook geen nieuwe Boodschappen (van 1996 en later) gedrukt of uitgegeven worden voordat zij eerst het imprimatur of nihil obstat verkregen hebben.
Het kleine niemendalletje van Jezus, Marguerite, is ondanks haar al aanslepende ziekte, nog vrij vlug en onverwacht van ons heen gegaan. Zij overleed te Luik op 14 maart 2005. Nu mag zij in eeuwigheid leven bij haar geliefde Jezus, die ooit tot haar heeft gezegd
"Laat de tijd zijn tijd hebben, mijn klein mysterie.
Voortaan zult gij 'glimlach van God' heten.
In de hemel zal dit uw naam zijn."
Bds. 19.10.1994